|
|
|
1 © 200533 3-5 Regelfuncties EAS XF105 Serie Via de CAN verbinding ontvangt de EAS-unit de omgevingstemperatuur van de elektronische unit DMCI. De elektronische unit DMCI ontvangt het bericht van de VIC-2. Wanneer het systeem zich gedurende een langere tijd in de "stand-by"-fase bevindt en de omgevingstemperatuur lager is dan de voorgeprogrammeerde waarde, schakelt het systeem over op de tussenliggende naloopfase. Het doel van deze tussenliggende naloopfase is om de AdBlue uit de doseermodule (F) en de leiding tussen de EAS-unit (E) en de doseermodule (F) te verwijderen. Dit om te voorkomen dat de AdBlue in de leiding en de doseermodule (F) kan kristalliseren of bevriezen. De AdBlue-pomp (E3) wordt uitgeschakeld. Het ontluchtingsventiel (E8) wordt geopend waardoor de AdBlue-druk wegvalt. Nu wordt het luchtdrukregelventiel (E7) geopend en na enige tijd wordt de doseermodule (F) met de maximale duty-cycle aangestuurd (maximale opening). De AdBlue kan nu, onder invloed van de aanwezige luchtdruk, vanuit de doseermodule (F) via het ontluchtingsventiel (E8) terugstromen naar de tank. Tegelijkertijd wordt de leiding naar de verstuiver (H) doorgeblazen. Na de geprogrammeerde tijd worden de doseermodule (F), het ontluchtingsventiel (E8) en het luchtdrukregelventiel (E7) gesloten. |